Archief - Algemeen

Algemeen
Pastoor Aan de Stegge (VII)

Toen Aan de Stegge op zekeren morgen de koortrap opging, werd hij aangesproken door een Duitse officier, die hem vroeg of hij ook eens het orgel mocht bespelen. Dit werd hem niet geweigerd en zo werd op die manier met de Duitse officier kennis gemaakt. De man liep af en toe eens binnen in de pastorie en ze werden vrienden, een vriendschap die vele vruchten zou afwerpen. Deze Duitser, zelf vader van drie kinderen, bleek een degelijk mens te zijn.

Het toeval wilde, dat op een maandagmorgen zeven nationaliteiten in de pastorie vertegenwoordigd waren: een Deen, een Roemeen, een Belg, een Duitser, een Pool, een Hollander en een Tsjech. Het waren Joden die kwamen voor rantsoenkaarten en onderdak. Vooral het laatste was in Toulouse erg moeilijk geworden. Gelukkig verstonden allen Duits, zodat in deze kamer Duits de voertaal was. Terwijl zij druk zaten te praten met Aan de Stegge werd er gebeld. Direct vroeg een van de Joden angstig: “Wie belt er?” Hij keek uit het raam en zei: “Een Duits officier”. De angst was van hun verbleekt gezicht af te lezen. Jullie behoeven niets te vrezen; de deur gaat open en de Duitser stapt binnen: “Treten Sie ein, Herr Offizier; hier sind vereinte Nationen”. De Duitser schiet in een lach: “Was ist hier dann los?” — “Hier sind Rumäne, Pole, Tsjechen, Holländer, was Sie nur wünschen.” — “Ach, lieber Gott, was müssen die Leute?” — “Ja, essen”, was het antwoord van Aan de Stegge. “Wo her die kommen must du nicht fragen”. Ich frage essen für die Leute”. De Duitser draaide zich om en ging weg. De Joden werden erg bang en dachten dat hij hulp ging halen om hen te arresteren. De geestelijke lachte hun angst weg: “zo’n goed katholiek hangt zijn evenmens niet op.” Na twintig minuten kwam hij terug met drie kilo brood. “Wilt u eraan denken, dat mijn mensen morgen en overmorgen ook nog moeten eten?” Dat werd begrepen en drie weken lang bracht hij elke morgen op dezelfde tijd drie kilo brood, totdat ze allen waren ondergebracht.
Op zekere dag zat Aan de Stegge bij Krols in de spreekkamer. Hij had hem juist weer een beroerd geval voorgelegd. Iemand die naar Duitsland moest. Nog voordat Krols een woord over die kwestie had gezegd, werd er op de deur geklopt. Er kwam een 43-jarige Fransman binnen. Deze man was wegens een ongeluk, — zijn vinger was misvormd ervan overgebleven — met ziekteverlof uit Duitsland teruggekomen. Hij kwam nu met het verzoek of dit verlof verlengd kon worden. De arbeider groette Krols en de pastoor en omdat het hem bekend was, dat Krols zeer slecht Frans verstond, zei hij meer tot de geestelijke dan tot Krols: “Vindt u het niet verschrikkelijk, Eerwaarde, dat ik als vader van zes kinderen in het buitenland moet gaan werken?” Ondertussen onderzocht Krols de vinger, die nog in verband zat, maar in zoverre genezen was, dat van verlenging van “Urlaub” geen sprake kon zijn. Bij het horen van de uitslag viel l’Abbé direct in het Duits bij en, zich tot Krols wendend, zei hij: “Es ist ein armer Mann; er hat sechs Kinder, er kann doch auch hier arbeiten. Es ist doch überhaupt nicht nötig dass er nach Deutschland zurück geht.” Krols onderzocht nog een keer de vinger, vroeg dan zijn verlofpapieren en schreef erop: “Unfähig! … Afgekeurd” De man bedankte ontroerd en ging weg. Aan de Stegge kende zelfs zijn naam niet, maar dat was overbodig. Waar hij helpen kon, deed hij het.

Wordt vervolgd.

Anneke Koers

Algemeen Moppies voor hospice De Reggestroom steun voor kinderen in moeilijke tijden Lees meer »
Algemeen Wiezer, van binn’n en van buut’n De Wierdense coach en therapeut Herman Veltmaat vertelt eens per maand in 'Wiezer, van binn’n en van buut’n' over hoe mensen weer op eigen kracht verder kunnen gaan. Lees meer »