BTW bij oninbare vorderingen

Anke Leeftink, Adcam Administraties

De regeling voor de teruggaaf van btw over oninbare vorderingen is gewijzigd. Een ondernemer kan daardoor vaak eerder én eenvoudiger btw terugvragen. In deze maand (april) kunnen ondernemers met een btw-kwartaalaangifte voor het eerst te maken krijgen met deze nieuwe regeling.

Een oninbare vordering
Als een debiteur een factuur niet gaat betalen, is dat erg vervelend. De ondernemer mist omzet en moest de btw wel direct aangeven en afdragen aan de Belastingdienst na het versturen van de factuur. Betaalt een debiteur de factuur niet of gedeeltelijk, dan is de vordering (deels) oninbaar. De ondernemer heeft btw betaald die hij niet heeft ontvangen. Deze btw mag hij terugvragen.

De nieuwe regeling
Een ondernemer kan de btw terugvragen zodra het zeker is dat de factuur (deels) niet wordt betaald. In de nieuwe regeling is aangegeven dat de vordering vanaf 1 januari 2017 in ieder geval als oninbaar wordt aangemerkt uiterlijk 1 jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die tussen ondernemer en klant is overeengekomen. Is er geen betalingstermijn vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door de klant.

Een ondernemer kan de btw via de eigen btw-aangifte terugvragen in de aangifte over het tijdvak waarin de oninbaarheid is ontstaan. Een verzoek per brief hoeft niet meer!

Voorbeeld
Een ondernemer verstuurt een factuur met een uiterste betaaldatum van 1 februari 2017. Een jaar later, op 1 februari 2018, is de factuur nog niet betaald. Op 1 februari 2018 is sprake van een oninbare vordering. De btw kan dan per 1 februari 2018 worden teruggevraagd via de btw aangifte. Doet de ondernemer een kwartaalaangifte dan vraagt hij de btw terug in de aangifte over het eerste kwartaal 2018.

Let op: de overige voorwaarden wijzigen niet. De ondernemer moet aantonen dat de debiteur niet zal betalen en hiertoe de nodige bescheiden in zijn administratie bewaren.

Let op: is de oninbaarheid ontstaan vóór 1 januari 2017 dan moet de btw op de ‘oude’ manier worden teruggevraagd via een schriftelijk verzoek aan de belastingdienst.
Als sprake is van de zogeheten factoorregeling, moet ook onder de nieuwe regeling een apart verzoek worden ingediend om teruggaaf van btw.

De klant betaalt alsnog
Als een ondernemer de btw van een vordering heeft teruggevraagd en deze vordering wordt alsnog geheel of gedeeltelijk betaald, dan geeft de ondernemer de verschuldigde btw over het ontvangen gedeelte gewoon weer aan in het tijdvak waarin hij de betaling ontvangt.

Leuker kunnen wij het niet maken, wel duidelijker.

Uw boekhouder én belastingadviseur.
Anke Leeftink, Adcam Administraties
(e-mail: info@adcam.nl of 0546 – 572036).