De eerste spoorlijn In Twente (1)

Historische Kring Wederden

De spoorlijn tussen Nijverdal en Wierden, met links zicht op de molen van Weggeman aan de Hexelseweg.

De eerste spoorlijn in Twente werd aangelegd door de Spoorweg-Maatschappij Almelo-Salzbergen (AS), opgericht als NV op 18 augustus 1862 te Almelo met als doel Twente en in het bijzonder Almelo te verbinden met zowel het Nederlandse als het Duitse spoorwegnet. In 1865 was dit de eerste spoorlijn in Twente en daarmee was de regio dus eerder op het Duitse dan op het Nederlandse net aangesloten. Nog geen maand later, in november 1865, bereikte Staatslijn D vanuit Zutphen echter het station van Hengelo en was de verbinding met het Nederlandse spoorwegennet een feit. In Salzbergen, toen gelegen in het Koninkrijk Hannover, sloot de lijn aan op de reeds in 1855 geopende Emslandstrecke (Eemslandlijn) van Osnabrück via Rheine en Leer naar Emden.

De vroegste initiatieven voor aanleg van een spoorlijn op Wierdens grondgebied dateren uit 1845. In dat jaar had de Overijsselse Spoorweg Maatschappij (OSM) het plan opgevat om een ijzeren spoorweg aan te leggen van Kampen via Zwolle, Raalte, Deventer en Zutphen naar Arnhem. Een zijtak vanaf Raalte zou de trein via Nijverdal richting Almelo brengen (en vandaar verder naar Lingen in Duitsland) om daarmee de Twentse textielnijverheid met de Zuiderzee te verbinden. Het tracé werd opgemeten en gewaterpast en de gebroeders Godfried en Hein Salomonson (Almelo) kregen in 1845 een zogenaamde concessie (vergunning). De optie 'zuid van de weg Zwolle-Almelo' werd serieus bekeken waarbij de grootste hindernis (doorgraving Nijverdalse berg) zou moeten plaatsvinden de plaats van de destijds zogeheten 'Middellaan' (dit verklaard de namen 'Spoorbosch' en 'Spoorboslaantje' te Noetsele). Uit de plannen bleek dat station Nijverdal aan de oostkant van de Regge – op dat moment Wierdens grondgebied - zou komen te liggen! In 1847 werd volgens de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant een aanvang genomen met de afbakening van het gedeelte Raalte-Almelo en op 17 maart werd in het Wierdense gemeentehuis een voorlichting cq. hoorzitting over de onteigeningsprocedure georganiseerd.

Vanwege zware verliezen op spoorwegaandelen werd de OSM echter in 1848 ontbonden waardoor dit eerste initiatief voor een spoorlijn Zwolle-Almelo jammerlijk strandde. Korte tijd later (in 1853) kreeg de Almeloër E.H.J. Dull een concessie voor de aanleg van een spoorlijn van Zwolle over Almelo naar Ootmarsum, Nordhorn en Lingen. Omdat hij één en ander financieel niet rond kreeg werd de concessie doorverkocht aan de fabrikanten Gelderman, Stork en Eekhout. In 1854 vatte ook Sixma van Heemstra het plan op voor een lijn van Heerenveen via Zwolle en Raalte naar Rheine. Een vierde poging tot aanleg van een spoorlijn vangt aan in 1860, toen de gemeenteraad van Hellendoorn bezwaar aantekende tegen de lijn Zutphen-Enschede als oost-westroute (als onderdeel van de spoorwegwet van Hall waarin Almelo volledig ontbrak) en tegelijkertijd als alternatief de lijn Zwolle-Heino-Raalte-Nijverdal-Wierden-Almelo noemde. Deze lijn zou de enige lijn zijn “die voor Overijssel algemeen gewenscht wordt”. Vier jaar later sprak de Almelose Kamer van Koophandel in een adres aan de minister over: “bevorder aanleg van de lijn Zwolle-Almelo”. Ongetwijfeld lieten de Salomonsons hierbij hun invloed gelden. Ook burgers namen initiatief. In 1870 spraken zestig inwoners van Hellendoorn in een zogenaamd 'adres' over nut en noodzaak van een spoorverbinding Zwolle-Dalfsen-Hellendoorn-Almelo met een zijtak (paardenspoorweg) naar Nijverdal. Voordeel van deze oplossing was dat de Nijverdalse berg niet doorgraven hoefde te worden.

Wordt vervolgd.

Cees Hoogendijk