De Gereformeerde Jongelingsvereniging De Heere is onze banier! Notter (deel 3)

Historische Kring Wederden

Het gebouwtje 'De Heer is mijn Banier' werd gekocht in 1908 te Nijverdal en afkomstig van de Koersendijk. Het deed daar dienst als noodkerkje, maar werd in Notter in 1985 afgebroken.

Het verslag op de jaarvergadering van 19 maart 1948 vermeldt de Bondsdag te Groningen van de J.V. en M.V. Er zijn meer dan tienduizend jongeren op komen dagen. In 1951 prijken 37 namen van leden op de ledenlijst. Door dit grote aantal wordt de vereniging gesplitst in een woensdag- en zondaggroep. Wel houden beide delen één bestuur. Op woensdag komen twee onderwerpen aan de orde en op zondag, na kerktijd, één. Uitnodigingen voor een A.R.- of C.B.T.B.-bijeenkomst komen op de J.V. als vanzelfsprekend ter tafel en worden insgelijks trouw bezocht. In 1953 is de bodem van de kas te zien. De oorzaak ligt in de terugloop van het aantal leden met tien en dat scheelt maar liefst honderd gulden.

Dirk ter Steege: “De exploitatie van het gebouwtje komt geheel voor rekening van de J.V., die ook zorg draagt voor de brandstof. De mannenvereniging betaalt tien gulden per jaar huur en ook de M.V. en de vrouwenvereniging betalen een geringe huur. Door de Gereformeerde Kerk van Rijssen wordt niets in de exploitatiekosten bijgedragen, want Notter kan zich zelf wel redden. De toezegging bij oprichting van de vereniging van het Gebouw van Chr. belangen om daar te vergaderen is niet tot uitvoer gebracht. In de notulen is daarover nooit meer iets vermeld.”

Secretaris H. ter Avest A.J. zn (van ’t Hol) maakte jaarlijks uitgebreide op rijm gezette jaarverslagen en over het jaar 1951/52 is door Henk Jansen nog een extra verslag in de vorm van een notariële acte gemaakt, die als toneelstuk werd opgevoerd en werd getekend door alle bestuursleden.” In 1954 is het ledental nog slechts 15. In Notter vindt geen nieuwbouw plaats en de dubbelbuurtschap ziet steeds meer potentiële leden door huwelijk en door werk verhuizen. Voorzitter Herman van de Riet stelt op 17 september 1958 voor het bestuur van de jongelingsvereniging in te krimpen, omdat er zo weinig leden zijn. Ook besluit men op deze vergadering om te collecteren om nieuwe Bijbels in de nieuwe vertaling (N.B.G.) aan te schaffen, het jaarfeest te houden en een schoonmaak uit te voeren rond het gebouw.

“Het notulenboek stopt 10 februari 1960 om vervolgens in het notulenboek van de M.V. te vervolgen met een verslag van een gecombineerde vergadering op 3 mei in 1960, waarin het besluit vermeld wordt om met ingang van het volgende seizoen samen verder te gaan als G.J.V. Het ledental van beide verenigingen is te gering om nog afzonderlijk te vergaderen. Op 26 oktober 1960 wordt de eerste vergadering gehouden, waarin ook E. Altena aanwezig is, wegens zorg om het voortbestaan van de verenigingen. Op deze vergadering waren acht heren en twee dames aanwezig. E. Altena wil zich met H. van de Riet en B. Beldman inzetten om nieuwe leden te werven voor de G.J.V.”

Bron: Veerkaant in nen dreehook van Harry Strieks.