De laatste melkbus

Historische Kring Wederden

De melkrijder oude stijl met melkbussen op een autowagen met paard ervoor in het Ypelo bij de Hinnen.

Toen Coberco in 1970 ontstond door diverse fusies, waren er in het gebied van deze coöperatie ongeveer 25.000 melkveehouders. Vrijwel allen werkten zij nog met de traditionele melkbus, in enkele gebieden was men proefsgewijze met het tankmelken begonnen. De overgang van het bussen naar het tanktijdperk is tumultueus geweest. De gehele bedrijfstak van melkveehouderij plus zuivel is in die tien tot twaalf jaar wezenlijk veranderd.

Coberco had haar werkterrein voornamelijk in Gelderland en Overijssel waar zij tachtig procent van alle gewonnen melk verwerkte en tot waarde bracht. In 1988 kreeg Coberco ruim 2300 miljoen kilo melk aangevoerd. Die werd toentertijd in 25 bedrijven verwerkt, met behulp van ruim 3300 mensen in vaste dienst.

Maar voor nu even weer terug naar de melkbus. Er was nogal wat herrie over het verdwijnen van de melkbus. Het was ook de teloorgang van een symboolwaarde. Het was het symbool van de traditionele melkveehouderij en zuivel, met veel handwerk met ouderwetse werkmethoden, maar ook de tijd dat er op een boerderij meerdere mensen primitief en knus samenwerkten. Daar denken we heden ten dage nog wel eens met sentiment aan terug. Maar er zijn ook mensen die destijds tegelijkertijd met het verlies van de melkbus ook het beroep van veehouder verloren. De melktank kapte in een luttel aantal jaren een hele boerencultuur in tweeën, de blijvers en de wijkers.
In de ledenbladen en kranten vindt men triomfantelijke verhalen uit die tijd, alle zuivelfabrieken maakten een feest van de zoveelste tank die was aangeschaft. Dit ten koste van de arme melkbus, die onafwendbaar de ondergang tegemoet zou gaan. De zuivelondernemingen wilden het proces van overgang van bus naar tank zo geruisloos mogelijk doen laten verlopen. Daarentegen streed een deel van de bussenboeren luidruchtig voor behoud van hun 'way of life', die ze tot hun laatste snik wilden beschermen. De stapels brieven die binnenkwamen getuigden van een diepe emoties, met dat simpele ijzeren voorwerp was een hele levensstijl gemoeid. Verbittering en sentiment vochten om de voorrang. Het einde van de melkbus betekende in veel gevallen ook het einde van de fabriek – of nog erger – het einde van het melkveebedrijf. Toch is het typerend dat bij al die emoties om de melkbus niemand er meer naar terug wil.

Er bleek in die 'stomme' melkbus een enorme gevoelswaarde te zitten. Tranen met tuiten zijn er gehuild toen die melkbussen geen melk meer mochten bevatten. Ze eindigden vaak als herinnering in de tuin als bloembak, paraplubak, carbidbus of schildersobject.