De vorming van het landschap rond Almelo en Wierden

Historische Kring Wederden

Fotobijschrift: Een kaart uit de verre oudheid. Almelo ligt centraal op deze kaart. Geheel rechts stroomt de Dinkel met aan de westelijke kant de uitstroom naar het westelijk deel van Twente met een verval van ruim dertig meter! De ruimte tussen Almelo en Wierden wordt ingenomen door veen en moerasgebied en water uit de Regge.

De vorming van het landschap rond Almelo en Wierden – zoals we dat nu kennen – vond zijn aanvang in het Saalien, de koude periode van 300.000 tot 130.000 jaar geleden tijdens het pleistoceen. Gedurende de op één na laatste ijstijd in deze koude periode baande zich vanuit Scandinavië oprukkend landijs in de vorm van langgerekte lobben een weg door het dal van de Regge en de Dinkel. Hierdoor werd het aanwezige materiaal dat in vroegere tijden door deze rivieren was afgezet opgestuwd tot de heuvelruggen zoals we die nu kennen. Na het smelten van het landijs bleef plaatselijk een dik en nauwelijks water doorlatend pakket achter van keien, grind, grof zand en keileem. Op de hellingen van de gestuwde terreinverheffingen ontstonden erosiedalen, terwijl in de lager gelegen delen een netwerk van smeltwaterstroompjes zorgde voor het ontstaan een sterke afwisseling van hoge en lage terreingedeelten.
Tijdens het pleistoceen heersten hier toendra en pool-woestijnachtige omstandigheden en had de wind vrij spel op de onbegroeide gronden, waardoor het hele gebied van Twente werd bedekt met een laag dekzand. Omdat hierdoor het bestaande reliëf een nivellering onderging ontstond een glooiend landschap.
Doordat Almelo en het zuidoostelijk deel van Wierden in een kom liggen en er vroeger nog geen voldoende maatregelen werden genomen door middel van stuwen en dergelijke was het verval over korte afstand en de stroomsnelheid zo groot, dat de beken na overmatige regenval buiten hun oevers traden en gedeelten van Almelo en het zuidoostelijk deel van Wierden en omliggende landerijen onder water kwamen te staan. Behalve het ongemak en de schade maakte het verontreinigde vloedwater de drinkwaterputten onbruikbaar.
Met de oprichting van het Waterschap De Regge in 1883 begon de verbetering van de waterbeheersing in en om Wierden. Volgens de reglementen omvat het gebied 144.000 hectare namelijk alle gronden die op de Regge en haar vertakkingen afwateren en die gelegen zijn in de met name genoemde Twentse gemeenten. Kanalisatie zorgde in eerste instantie voor dat het water in de vorige eeuw nog sneller naar het verzamelpunt rond Almelo stroomde waardoor nog meermalen overstromingen plaats hebben gevonden. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1946.
In het belang van de boer diende deze situatie verbeterd te worden. Een belangrijk instrument waarmee de overheid dit probeerde te veranderen was de ruilverkaveling. Deze was aanvankelijk alleen maar bedoeld om de problemen van versnipperd eigendom op te lossen en hield niet veel meer in dan een herverdeling van de gronden, zodat de bewerkers ervan hun beroep doelmatiger konden uitoefenen. In de loop van de tijd ontwikkelde ruilverkaveling zich echter tot een instrument om een scala van veel meer soorten ingrepen door te kunnen voeren.

Niet alleen de versnipperde verkaveling werd aangepakt, maar ook andere zaken kregen aandacht.
Zo werden de waterhuishouding en de ontsluiting van gebieden verbeterd en in sommige gevallen werden zelfs boerderijen verplaatst. Deze veranderingen in de werkwijze bij ruilverkaveling zijn niet alleen het gevolg geweest van een veranderende landbouw en puur technische omstandigheden, maar ook van ontwikkelingen die zich op een breder vlak in de samenleving afspeelden.
Ruilverkaveling is veel toegepast. Ongeveer zeventig procent van het landelijk gebied van Nederland is in de loop van de tijd ‘op de schop’ gegaan, sommige gebieden zelfs meer dan eens. Het is niet overdreven om te stellen dat ruilverkaveling gedurende de twintigste eeuw één van de voornaamste instrumenten is geweest om veranderingen, landschappelijk, economisch en zelfs sociaal, in de agrarische samenleving te bewerkstelligen.