Dik ter Keurs, de laatste boer op de Sniederboer in Rectum

Historische Kring Wederden

Dik ter Keurs bij zijn schuur.

“Ik ben de laatste boer op deze plek. Na achthonderd jaar heb ik er een punt achter gezet. Kijk, hierachter stond het Eshuis, een boerderij die al in 1224 beschreven staat. Het was waarschijnlijk een kloosterboerderij. Zo’n 125 jaar terug is de boerderij Snieders gaan heten. Ik heet hier in de buurt nog altijd Dick van Sniederboer. De laatste generaties bleef er steeds een vrouw op de boerderij. Dan trouwde er een vreemde man bij in. Zeven jaar geleden (2011) hebben we de oude boerderij gesloopt. Het was een beeldbepalend erve, maar het pand was op. Niemand wist hoe oud het binnenwerk was. Voor 1902 was het nog een los hoes. Toen heeft mijn grootvader er een woonkamer bijgebouwd.

In 1960 hebben we een trekker gekocht: zo’n oude Ferguson, met een maaibalk eraan, voor 2.400 gulden. Die aanschaf was eigenlijk een noodzaak. Voor die tijd maaiden we samen met de buren. We hadden allebei een paard en de gras- en hooimachine hadden we samen. Ik ging geleidelijk aan met mijn bedrijf vooruit, maar daar bleef men stilstaan. Ze kwamen afspraken over het gebruik van het paard niet na. Ze waren mogelijk wat jaloers. Toen zei mijn zwager: 'Koop een trekkertje. Dan kun je jezelf redden.' Daarmee kon ik hem ook helpen om gras te maaien. Zij maaiden voor Rijkswaterstaat twee kilometer waterkant langs het Overijssels kanaal. Dat kon precies met dat trekkertje.
Het paard is toen ook vrij snel weggegaan. Zo geleidelijk aan koop je meer machines voor achter de trekker. Het eerste jaar zaaiden we de kunstmest nog vanaf de wagen. Mijn vader reed met de trekker op een stuk land dat in een punt richting de Regge uitloopt. Toen we in de hoek kwamen riep hij: 'Wat moet ik nu doen?' Ik rende als de duvel over de wagen en de dissel naar voren om het stuur van hem over te nemen. Ik zei: 'Dat doen we niet weer.' We hebben direct een kunstmeststrooier gekocht.
Een jaar later hebben we stoppelknollen gezaaid met die strooier. Knollen gebruikte je ook als veevoer. Het rook ingekuild zo lekker boterzuur. Het was een hele kunst om dat fijne zaad te zaaien. Ik zei: 'Ik zaai het wel met de kunstmeststrooier.' Nee, dat mocht niet van mijn vader. Ik zei: 'Dan moet jij het maar zaaien. Ik kan het niet. Ik gooi het wel door een 150 kilo stikstof. Dan zien we wel wat het wordt.' Hij vond het niks en liep weg. Ik moest mij maar redden. Ik heb gezaaid met de trekker en de kunstmeststrooier. Het volgende jaar hadden we weer knollen. Ik zeg: 'Wil jij die knollen zaaien?' Zegt ie: 'Ze stonden er toch mooi op!' Dat moest hij toch wel toegeven.
Rond 2000 moest je op papier aantonen dat je aanvoer en afvoer van mineralen in balans was. Ik had op een zeker moment 49 stuks vee, van klein kalfje tot volwassen koe. Ik moest steeds meer geld toeleggen op de afvoer van mest. Dat kostte 25 gulden per kuub. De opbrengsten van de varkens liepen steeds verder terug. Ik zei altijd: “De coöperatie verdient, de handelaar verdient, de slachterij verdient, maar ik kan er nog geen nieuwe klompen van kopen.” Je werkte voor een ander.
Door al het gedoe kreeg ik hartritmestoornissen. Toen hebben we gezegd: “Tot hier en niet verder.” Ik heb de voorlichter laten komen om over afbouwen te praten. Het advies was om een anderhalve hectare grond en mijn melk- en varkensrechten te verkopen. Stop dat in een lijfrentepolis, waarvan je de laatste vijf jaar tot aan je pensioen van leeft. Dan betaalde je 23 in plaats van 53 procent belasting. Dat ik heb toen gedaan. Zo kon ik met vervroegd pensioen.

Gemakkelijk was dat niet. In september 2000 zijn de laatste varkens weggegaan. Het contractseizoen liep af. De laatste koeien zijn in april 2001 weggegaan. Dat heeft veel meer pijn gedaan dan de buitenwereld weet. Na al die honderden jaren, was ik degene die hier besloot te stoppen met boeren. De rest heeft er altijd van geleefd. Ik had het graag anders gezien, maar dat lukte niet. Mijn schoonzoon is geen boer. Financieel gezien zaten we zo dat we er zelf over konden beslissen. De Rabobank hoefde niet mee te praten. Ik kon zelf beslissen wat ik deed. Achteraf gezien, zeg ik: 'Het is goed zo.' Ik heb nog een hectare of vier onder handen: een paar hectare maïsland en een paar hectare grasland waarop ik nog wat jongvee houd.'

Dit was het laatste artikel in het kader van de expositie 'De revolutie in de landbouw tussen 1950 en 2000'. Laatste kijkdag is woensdag 26 september van 14.00 tot 17.00 uur.