Dorsen

Historische Kring Wederden

Dorsen in de buurt van Wierden met de dorsmachine van A. Lesger uit Wierden.

Als je in de herfstmaanden door het Twentse land reed, zag je overal op de hoge bouwakkers aan weerszijden van de weg de karakteristieke ronde, vaak fraai afgewerkte korenmijten. Deze korenmijten stonden als een soort wachters op het veld, letterlijk wachtten zij op de komst van de dorsmachine. Deze dorsmachines kwamen in de herfst en wintermaanden bij de boeren om letterlijk het kaf van het koren te scheiden.
Bij de grotere graanboeren, kwamen grote dorsmachines met een draadpers om het gedorste stro in zware balen te persen. Tijdens het dorsen zag je al van verre de 'paardekop' op en neer gaan, waardoor het stro op de juiste plek in de pers terecht kwam. De bediening van met name deze draadpers vereiste toch wel enig vakmanschap, vandaar dat deze dorsmachines met eigen personeel kwamen en de boer zelf weinig werk had aan het dorsen als zodanig.

Bij de kleinere gemengde boeren, kwam een kleinere machine met strobindmachine, die het stro met touw weer aan bossen bond. Deze dorsmachines hadden meestal maar twee man personeel: een machinist en een instopper. Deze instopper bepaalde het tempo van het dorsen en het werk was ook niet zonder gevaar. Er zijn vroeger regelmatig mensen meer of minder zwaar gewond geraakt of zelfs gedood, doordat een lichaamsdeel ongelukkigerwijs in de machine terecht kwam.

De rest van het werk moest gedaan worden door de boer met zijn familie en buren. Het gedorste graan werd in zakken opgeslagen, vaak op zolder of op de hilde, om later van tijd tot tijd te worden gemalen door de plaatselijke molenaar. De bossen afgewerkt stro gingen na het dorsen op de slieten en werden 's winters gebruikt als strooisel onder het vee en in varkenshokken.
Vrijwel alles werd hergebruikt, behalve het kaf van de rogge. Ik kan mij tenminste niet goed meer herinneren wat we hiermee deden, het was nergens voor te gebruiken. Het kaf van de haver werd vaak wel bewaard. Soms werd het gebruikt om paarden- en varkensvoer mee te vermengen en het werd ook wel gebruikt als veevoer, vermengd met gehakselde voederbieten.

De tijd van het dorsen was een bijzondere tijd, het was ook een sociaal gebeuren. Doordat iedereen elkaar hielp trof je elkaar intensief en raakte je erg bij elkaar betrokken. Voor kinderen was het natuurlijk ook een heerlijke tijd vol vertier. Je kon lekker spelen in de kafbulten en muizen vangen die zich onder de mijt verschanst hadden. Tijdens de schaftpauzes was het vaak gezelligheid troef met van de volwassenen veel sterke verhalen, vooral als het werk klaar was en voor iedereen een borrel werd ingeschonken.