Familie Ooms van Moordrecht naar Notter (deel 1)

Historische Kring Wederden

De Case tractor die werd aangeschaft met Marshallhulp in 1947.

Arie Ooms – geboren in Notter op 15 november 1937 – stamt af van Hollandse pioniers die een eeuw geleden in het Notterveld bij Wierden neerstreken. Zijn voorouderlijke boerderij bouwde hij uit tot modern gemengd bedrijf met melkvee en verbouw van aardappels. In 1959 trouwde hij met Hannie Bartelts – geboren in Wierden op 13 november 1938 – met wie hij twee zoons en een dochter kreeg. Zoon Hans heeft hen inmiddels opgevolgd. Arie en Hannie wonen nog altijd in een bungalow naast het bedrijf.
“Het Notterveld was ruim honderd jaar geleden woest en ledig. Het bestond uit veldgrond en veen. Veel bomen waren er nog niet. Industriëlen en niet-onbemiddelde burgers kochten indertijd onontgonnen gronden aan, als een soort belegging. Dit gebied was in handen van de directeur-geneesheer van het ziekenhuis in Almelo. De hogere percelen liet men met ossen ploegen. Voor die gronden zochten ze pachters. Het waren voor die tijd grote bedrijven, met dertig hectare grond, waarvoor je personeel moest hebben. Dat was men hier niet zo gewend. Daarom werden pachters uit Holland geworven.”
“Onze boerderij is in 1910 gebouwd. Dat staat nog op de voorgevel. Mijn grootouders van moederskant zijn vanuit Moordrecht hiernaartoe gekomen. Ook mijn grootouders van vaderskant zijn in die periode vanuit Zevenhuizen in Zuid Holland hier even verderop komen wonen. Er woonden hier zo’n dertig families uit Holland. Het waren min of meer immigranten. Ze zochten elkaar op, net zoals de Hollanders in Canada doen. Zo hebben mijn ouders elkaar leren kennen. In 1935 zijn ze getrouwd en hier op de boerderij gaan wonen. Mijn vader sprak geen Twents, maar inmiddels zijn deze Hollanders volledig geïntegreerd. Je kunt het hooguit nog uit de familienamen afleiden dat ze oorspronkelijk van elders kwamen.”

De ontwikkelingen in de landbouw zijn erg hard gegaan. Na de oorlog – er was veel honger geleden – lag maatschappelijk gezien het accent op voedselproductie. De eerste opdracht was om zoveel en efficiënt mogelijk te produceren. Daar heeft de overheid een enorme impuls aan gegeven. Daarbij was vooral onderzoek, onderwijs en voorlichting van groot belang, het zogenaamde OVO-drieluik. Je had toen nog de rijkslandbouwvoorlichting: de voorlichters stimuleerden allerlei nieuwe ontwikkelingen. Voor de vrouwen waren de landbouwhuishoudscholen van groot belang. “Toen ik bestuurslid werd van de OLM hadden we – geloof ik – nog acht landbouwscholen. Dergelijke instituten hebben eraan bijgedragen dat de landbouw in Nederland pas hield met andere ontwikkelingen in de maatschappij.”

Volgende week deel 2.