Uit één schotel

Historische Kring Wederden

Uit: ‘Buiten - geïllustreerd Weekblad aan het Buitenleven gewijd’, 23 april 1910

Vroeger was het gebruikelijk – en vooral op het platteland heeft het in sommige streken nog lang bestaan – dat het middagmaal met het hele gezin uit één schotel of pan genuttigd werd.
Deze pan stond midden op tafel, men zat er omheen geschaard en elk pikte zijn aardappels er uit, doopte deze even in het sauskommetje dat midden in die schotel stond en at hem op. Pap werd op dezelfde wijze genuttigd en wel met ronde, tinnen lepels van een groot antiek model. Hoe een mens deze in zijn of haar mond kreeg en er weer uit als ze eenmaal in de mondholte omgekeerd was, is ons steeds een raadsel gebleven. Een geliefd boeren-winteravondverhaal ginds was dat van een timmerman, zijn knecht en de tinnen eetschotel. Als er vroeger op een afgelegen boerenerf een omvangrijk karwei te doen was voor metselaar, timmerman, rietdekker of kleermaker, bleven die daar enige tijd logeren, om niet te veel tijdverlies te hebben met de reizen van en naar het dorp van inwoning. Men was daar dan volledig in de kost en at dan ook mee uit de genoemde schotel.
Nu waren er eens een timmerman en zijn knecht werkzaam op een eenzaam gelegen boerderij, waar ze tot hun ongenoegen nog nimmer een stukje spek of worst op hun plek in de schotel gevonden hadden. Hierover waren ze wel wat ontstemd, vooral omdat ze zagen dat elke middag de boerin en de naast haar gezeten meid steeds een flink stuk spek of worst voor zich in de schotel vonden. De dames hadden dat zo geregeld en de lekkernij op hun plek in de schotel min of meer verstopt. Dat lustten de bouwvakkers ook wel, maar hoe daaraan te komen?
“Vanmiddag is ’t spek voor óns, Jan”, zei de baas op een morgen tegen zijn knecht, “als jij je maar dom houdt bij alles wat ik vertel.” “Mij best, baas”, zei Jan.
Druk redenerend kwamen ze die middag aan tafel, ze hadden blijkbaar een groot verschil van menig. De timmerman legde zijn knecht uit hoe de aarde om de zon draaide, terwijl de zon alleen maar om haar as wentelt.
Jan beweerde er niets van te snappen.
“Wel, zei de baas, zich aan tafel zettend bij het boerengezin, ’t is zo eenvoudig als wat. Hoe zal ik het je duidelijk uit leggen? Wacht..., stel je voor dat ik de aarde ben die rondloopt om de tafel, dan is deze schotel de zon en die draait om zich zelf; kijk zo!”
“O ja, baas”, zei Jan, “nu begrijp ik het duidelijk!”
Die middag aten Jan en zijn baas spek en de dames hadden het toekijken.