Vordering van kerkklokken Wierden

Historische Kring Wederden

De Wierdense klok, hangende in de ijzeren klokkenstoel, gegoten door Gherardus van Wou in 1492.

Het vorderen van klokkenbrons voor militaire doeleinden is in Europa eeuwenlang een normaal verschijnsel geweest. Een vijandelijk leger dat een plaats had veroverd, beschouwde de klokken als oorlogsbuit. Vanaf de inval van de Duitsers in Rusland werden zowel in Duitsland als ook in alle Europese landen de klokken gevorderd.
In 1937 had de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan de Nederlandse Klokken en Orgelraad opdracht gegeven een inventaris op te maken van alle in ons land aanwezige klokken en carillons. Deze inventarisatie was in maart 1940 gereed.

Op 21 juli 1942 vaardigde de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlands gebied Dr. Seyss Inquart zijn beruchte 'Metaalverordening' uit, waarbij alle kerkklokken bij de Duitse overheid ingeleverd moesten worden. Alleen klokken met een historische waarde werden hierbij uitgezonderd. Daarvoor had de Inspecteur Kunstbescherming een schrijven gericht ter bescherming van klokken tegen vordering en een letter 'M' op de klokken aangebracht. Meester Bernink heeft dit in zijn oorlogsdagboek vermeld, daarom weten we dat hij zich ermee bemoeit heeft. De klok in de gemeentetoren bij de Dorpskerk te Wierden is ook gemerkt met een 'M' van Monument. Thans is die hoofdletter 'M' nog steeds vaag te zien. Ook de toren was destijds al een Rijksmonument en in eigendom van de gemeente Wierden.

Alleen de klokken van historische waarde werden bij de vordering uitgezonderd. Van verschillende kanten, onder andere van kerkvoogdijen, kerkbesturen en gemeentebesturen liet men protesten horen maar daar werd door de Duitsers niet naar geluisterd. De klokken werden opgeslagen op fabrieksterreinen in Almelo, Enschede, Steenwijk, Deventer en Hardenberg.

De klokken werden in drie groepen verdeeld. Een groep klokken die van geen enkel belang waren en dadelijk naar Duitsland werden vervoerd. Vervolgens een groep die wel enig geschiedkundige waarde had, maar uiteindelijk toch werden afgevoerd, voor Overijssel 119 klokken met een totaal gewicht van 49.740 kg. De klokken uit groep B waren nodig en in Overijssel 95 stuks met een gewicht van 26.555 kg. En tenslotte was er een groep C waarop een M vermeld was met zoveel kunstwaarde dat ze zolang mogelijk werden vastgehouden. Categorie C waren in Overijssel 341 klokken met een totaal gewicht van 125.000kg.
Alle klokken werden uit de torens gehaald, maar de 'RCstungsinspection' zegde toe dat de zeldzame klokken voorlopig in ons land zouden blijven.

Uiteindelijk is de Wierdense klok gespaard gebleven. Op de mantel van de klok staat: “Jhesus, Maria, Johannes….Gherardus de Wou me fecit Ao. Do. 1492”.