Ik mag niet moeilijk doen

Wiezer, van binn’n en van buut’n

De Wierdense coach en therapeut Herman Veltmaat vertelt eens per maand in 'Wiezer, van binn’n en van buut’n' over hoe mensen weer op eigen kracht verder kunnen gaan.

“Wat is er eigenlijk nodig om jou boos te krijgen? Er moet wel heel wat gebeuren voordat jij boos wordt. Ik heb het in ieder geval nog niet zien gebeuren”, aldus een collega waarmee ik jarenlang heb samengewerkt. Dat klopte inderdaad. Er moest heel wat gebeuren voordat ik boos werd. De momenten in mijn leven dat ik echt boos werd, woedend werd, kan ik op de vingers van één hand tellen. Ik voelde me onprettig in een situatie als twee mensen ruzie met elkaar maakten, had zelfs de neiging om weg te lopen. Boos worden, ruzie maken was niet mijn ding.
Ik denk dat ik het van mijn vader heb overgenomen. Een van zijn gevleugelde uitspraken was: “Rust kan je redden, denk om het spatten van het bloed!” Ik kan me niet herinneren dat ik hem ooit echt boos heb gezien. Ongecontroleerde woede kan veel kapot maken, maar alles in redelijkheid willen oplossen, kan ook maken dat je regelmatig aan het kortste eind trekt. Om eerlijk te zijn is me dat in mijn leven wel een aantal keren overkomen. En daarbij had ik een overtuiging die daar mede voor verantwoordelijk was, namelijk: ‘Ik mag niet moeilijk doen!’
Om toch staande te blijven leerde ik om mijn argumenten paraat te hebben en ze goed onder woorden te brengen. Vaak was er geen speld tussen te krijgen en dat was voor mijn ouders en broers soms om gek van te worden.
Ik heb als klein kind best wel mijn boosheid geuit. Maar mijn vader stond het zichzelf niet toe en stond ook mij niet toe dat ik dat uitte. Hij maakte mij dan zeer snel, met een corrigerende tik, duidelijk dat mijn gedrag niet gewenst was. Natuurlijk heb ik mij als kind soms onrechtvaardig behandeld gevoeld, maar ik leerde het weg te stoppen. En dat deed ik zo goed dat ik mijn eigen boosheid niet meer voelde. Het was mijn eigen overlevingsstrategie geworden.
Het was mijn overtuiging dat ik nou eenmaal zo in elkaar zat, dat ik gewoon niet boos kon worden. En dat heb ik geloofd tot een collega-therapeut onlangs bij mij ‘verontwaardiging’ zag. Door haar scherpe observatievermogen zag zij bij mij wat ik mijzelf niet eens bewust was. Mijn boosheid.
Ik trachtte altijd met kracht van argumenten de wereld naar mijn hand te zetten, situaties om te draaien. Mijn boosheid stopte ik gewoon weg. Ik mocht niet moeilijk doen.

Herman Veltmaat