De geschiedenis van het herenhuis Berghorst in Enter (slot)

Algemeen

Het wapen van de stad Rietberg in Duitsland waar Baron van Raet commandant van het legertje en het kasteel was.

In 1722 overleed Mama Van Staverden tot de Berghorst op 81-jarige leeftijd op de Berghorst. Nu moest de boedel verdeeld worden onder haar twee dochters. Zoals we zagen was de oudste dochter getrouwd in Duitsland met Baron Cramer von Clausbruch en woonde in Goslar in het Harzgebergte. De jongste dochter was getrouwd met Baron van Raet en gaan inwonen bij haar moeder op de Berghorst. Na dit huwelijk was er voor de financiering van de verbouwing en reparatie van het herenhuis nogal wat grond verkocht. Dit was de dochter in Duitsland ook niet ontgaan. Tevens had haar moeder samen met haar broer Lucas Voet jarenlang het beheer gehad over de goederen van de Havezathe Beugelscamp in Denekamp. De oudste dochter dacht dat de huishouding van haar moeder, samen met het gezin van haar zuster, daar ook van geprofiteerd had. Kortom ze dacht dat ze nogal wat geld in te halen had.

Het kwam tot een rechtszaak die tot in 1737 zou duren voor er door een schikking een eind aan zou komen. Bij de rechtszaak met haar zuster kwam in 1722 nog een andere rechtszaak over de erfenis van de Havezathe Beugelscamp. Het beheren van een herenhuis en een Havezathe was veel werk. Pachten innen, onderhoud, pachters aan hun verplichtingen houden en de belangen vertegenwoordigen op de markevergaderingen et cetera.

De rechtszaken kosten handen vol geld. De schoonzuster uit Duitsland neemt uiteindelijk genoegen met drie duizend gulden en doet daarmee afstand van al haar rechten. In 1737 kwam ook aan de andere rechtszaak een einde. Van Raet blijft in het bezit van De Berghorst en de havezathe Beugelscamp. Maar er rusten zware schulden op de goederen. In 1743 werd er een testament opgemaakt, waarin het echtpaar De Raet haar bezittingen verdeelde onder de kinderen na hun overlijden.

In 1745 overlijdt de echtgenote van Baron van Raet. Zij wordt begraven in de kerk van Bentlage (bij Rheine) waar haar oudste zoon Canonicus regularis was. Baron van Raet had in 1748 vast laten leggen dat hij zou gaan wonen waar het hem beliefde met voldoende meubels en geld et cetera. Zijn laatste jaren bracht hij door op de Beugelscamp in Denekamp. Op 27 november 1753 overleed hij daar en werd bijgezet in het graf van zijn vrouw in de kerk van Bentlage.

De Berghorst werd nog wel verhuurd met de grond die er bij hoorde, maar het verval was in gang gezet. Als huurders werden in belastingregisters genoemd 'Hendrik op de Berghorst' en 'Jan op de Berghorst'. De latere eigenaresse De Freule Gerhardina von Raet von Bögelscamp die in Stad Mϋnster woonde liet op 30 juni 1818 het goed De Berghorst veilen door notaris Warnaars ten huize van de kastelein Jannes Geerdink te Enter. Dit café was gevestigd in de oude boerderij, die tot kort voor de oorlog naast de Coöperatie stond.
De veiling vond plaats in vijftien percelen. Het herenhuis moest onmiddellijk afgebroken worden. Andere percelen zijn belangrijk, omdat er gedeeltelijke waarrechten op rusten die bij de latere markedeling
van belang zijn.

De nazaten van Baron van Raet hebben het geschopt tot afgevaardigde Minister in de Bataafsche Republiek en waren verwant aan de President van de Deelstaat Noord Rhijn Westphalen. Maar dat valt buiten het bereik van dit verhaal.

Johan Altena