Oudheidkamer

Algemeen

Het interieur van de oude katholieke waterstaatskerk. Duidelijk is dat gewoekerd is met de ruimte, om zitplaatsen te maken.

In een aantal afleveringen vertelt Johan Altena over de historie van de katholieke kerk in Enter. Daarbij is gebruik gemaakt van de noeste arbeid van Johan Marsman uit Wierden, die het oude archief van de parochie Enter geïnventariseerd heeft.

De historie van de katholieke kerk in Enter (I)
In 2107 is in deze rubriek aandacht geschonken aan de bouw van de waterstaatskerk voor de katholieken, in 1819, in Enter en de strijd die dat opleverde tussen de plaatselijke katholieken om de plek waar de kerk zou moeten komen. Die kwam uiteindelijk ongeveer op de plek van de huidige kerk. Katholiek Enter viel eerst nog onder de statie Rijssen, maar in 1824 werd het een zelfstandige statie.

Statie en parochie
In de Tachtigjarige Oorlog werden de bisdommen opgeheven en de katholieke godsdienst verboden. Voor Rome werd Holland toen een missiegebied dat ook wel de Hollandse zending werd genoemd. In missiegebieden konden, zonder bisdommen, geen parochies functioneren maar alleen staties. Na de Franse Tijd, waarin de Fransen godsdienstvrijheid in ons land invoerden, handhaafde Koning Willem 1 deze vrijheid. Maar de koning had de absolute macht, ook over de kerken. Via de provinciale overheid gaf hij toestemming van Enter een zelfstandige statie te maken en een pastoor aan te stellen. Op 15 januari 1824 werd er door de kerkmeesters van Enter een contract ondertekend waarin ze garant stonden voor het salaris van ƒ250 van de pastoor. Verder moesten ze zorgen voor genoeg boter, vlas, rogge, mest voor de tuin en wagens voor het halen van turf uit het Enterveen. Later kwam daar nog twee liter melk per dag bij.

Herman Eenhuis was de eerste pastoor in Enter. De kerk werd ingewijd door de aartspriester van Twente: H. A. Peese. Aartspriesters kunnen we zien als waarnemers van de vroegere bisschoppen. Zij hielden toezicht op de staties in hun district. Pastoor Eenhuis overleed al in 1825. Na enkele pastoors die ook maar kort bleven, kwam in 1836 F. B. V. Kock die 43 jaar zou blijven. Uit papieren uit 1836 en 1837 blijkt dat de kerk jaarlijks met ƒ400 werd ondersteund door de aartspriester. In 1841 kreeg het waterstaatskerkje een torentje met een paar klokken en in 1851 werd de kerk uitgebreid en kreeg het aanzien, dat we nou nog van oude foto’s kennen.
In 1848 kreeg Nederland een nieuwe grondwet waarin absolute vrijheid van godsdienst gegarandeerd werd. Koning Willem 2 had aan de liberaal Thorbecke hiervoor opdracht gegeven. Overal in Europa braken revoluties uit tegen de absolute macht van de vorstenhuizen. Willem 2 trachtte dit voor te zijn en door een nieuwe grondwet de macht in handen te stellen van de eerste en tweede kamer. Toen de nieuwe grondwet er was begon Rome met de voorbereidingen voor het herstel van de bisdommen. In 1853 stuurde de paus een verzoek aan de Nederlandse regering om in Nederland de bisschoppelijke hiërarchie te mogen herstellen.
Hoe protestants Nederland hierop reageerde lezen we in de volgende aflevering.

Johan Altena