Folkert Velten en Jaan de Graaf: clubiconen van nooit op zondag

Sport & Vrijetijd

Jaan de Graaf en Folkert Velten. Foto: De Bunschoter.

ENTER – Folkert Velten uit Enter en Jaan de Graaf uit Spakenburg zijn twee markante aanvallers uit de Nederlandse voetbalcompetitie van enkele decennia geleden. Op de rode zijde van de Westmaat in Spakenburg ontmoeten ze elkaar na jaren. Jaan zorgt meteen voor koffie met 'zijn' gevulde koeken in de Businessclub van IJsselmeervogels. Het zijn twee voetlegendes uit de vorige eeuw, twee broeders, die grote bekendheid kregen in ons land, omdat zij uit overtuiging niet op zondag wilden voetballen. Folkert speelde bij Enter Vooruit en Jaan bij Ijsselmeervogels. Oud-burgemeester Bernard Kobes schrijft regelmatig over voetbal in de Topklasse, Tweede Divisie en de Derde Divisie. Deze keer in de Wiezer.

De ontmoeting, begroeting en de stemming aan tafel is meteen goed. Ze treffen elkaar op de juiste golflengte met hun rijke kennis en vele ervaringen op de vaderlandse velden. Zij bleven de twee exponenten van het zaterdagvoetbal op de Biblebelt, een strook door Nederland, die loopt van Noord-Oost Overijssel naar Zeeland.
Folkert Velten (1964) ontplooide zich van jongs af als goalgetter bij de plaatselijke FC ,de zaterdagclub Enter Vooruit uit het Twentse Enter. Op 18 jarige leeftijd had hij al een aanbieding op zak van de Almelose Eerste Divisieclub SC Heracles. Hij ging er niet op in vanuit geloofsovertuiging. Pas op zijn 23ste maakte hij de overstap naar het betaald voetbal met de vaste afspraak ‘nooit op zondag’.
Folkert en Jaan kenden elkaar al uit het zaterdagvoetbal. “Bij de amateurs kwamen we elkaar tegen. In de competitie, in Zeist en ook in vertegenwoordigen amateurelftallen. We hebben hetzelfde meegemaakt. Die druk...”, geeft Jaan aan. Kijkend naar zijn kompaan benadrukt hij: “Folkert was kopsterk en had een neus voor het doel: een echte pinchhitter. Hij had een enorme spirit en een geweldige mentaliteit.”
Velten speelde als prof van 1988 tot 1998 en kwam in totaal tot 337 officiële wedstrijden en wist 221 keer te doelpunten. Door een gecompliceerde beenbreuk tikte de teller van de doelpuntenmachine in het zwart-witte tenue van SC Heracles niet verder. Hij bleef lange tijd scouten voor Heracles. Later werd hij hoofdtrainer bij diverse clubs : Bergentheim, Blauw Wit'66 uit Holten en Sportclub Rijssen. Zijn zoon Wout speelt in het eerste elftal van Enter Vooruit en Folkert is en blijft clubman.

Boegbeeld
Jaan de Graaf (1955) debuteerde in 1973 op zeventienjarige leeftijd in het eerste elftal van IJsselmeervogels, waar hij 323 wedstrijden speelde en 199 keer scoorde voor de club. Hij groeide uit tot een boegbeeld en zijn talenten kwamen de club nadrukkelijk van pas. IJsselmeervogels werd in deze periode vijf keer zaterdagkampioen en drie keer landskampioen. Aanlokkelijke aanbiedingen kwamen van diverse club in het betaalde voetbal.
In 1978 koos Jaan de Graaf voor AZ '67 op voorwaarde, dat hij uit principe niet op zondag op de Alkmaarder Hout in actie hoefde te komen. Na twee jaar verkaste hij naar Go Ahead Eagles in Deventer. In 1987 stopt hij na 67 wedstrijden in het betaalde voetbal met 28 doelpunten op zijn palmares. Hij keert na zijn profavontuur voor even terug bij zijn club op de thuisbasis IJsselmeervogels, wanneer deze met degradatieperikelen te maken krijgt. Na drie wedstrijden moet hij geblesseerd afhaken. Jaan is steeds sterk bij de club betrokken werd in 2012 erelid. Momenteel maakt hij deel uit van de sponsorcommissie en is steun, toeverlaat en trainer van het G-Team.

Onvergelijkbaar
Velten en De Graaf zien grote verschillen met het huidige voetbal, waar geld een steeds grotere rol is gaan spelen en de samenleving sterker geïndividualiseerd en geseculariseerd is. ”Je kunt het niet vergelijken met nu. Het is allemaal anders. De eenheid in een team is anders. Het gaat over geld. Het gaat over auto’s. Wij praten nu over de samenleving van dertig, veertig jaar geleden en jonge generaties denken, doen en leven anders”, zegt Jaan. Folkert beaamt: “Vroeger zat je voor en na de wedstrijd in het spelershome alles door te nemen. Dat gaf verbondenheid en beleving. Ze stappen nu meteen met hun tas richting de auto. De echte clubliefde is er niet meer, de echte gezelligheid is ook verdwenen.” Folkert Velten mist het profvoetbal niet. “In het betaalde voetbal slokt voetbal bijna alles op. En je hebt een gezin en andere hobby’s waar je niet aan toe kwam. Nu wel.”

Wij zijn uniek
Velten en De Graaf begrijpen elkaar en het spelletje. Ze schudden beiden gelijktijdig hun hoofd bij een actie van De Vogels. Het zijn twee getalenteerde kenners onder elkaar, die weinig woorden nodig hebben. Als ‘nooit op zondag’ geen item was geweest, waren hun namen in de vergetelheid geraakt als bij vele andere uitstekende profvoetballers uit eerdere tijden. De permanent grote aandacht voor de twee bekende iconen van ‘nooit op zondag’ uit de vorige eeuw, Folkert Velten en Jaan de Graaf zijn in deze eeuw nog steeds herkenbaar voor een groot publiek en een beeldmerk van het zaterdagvoetbal. Of zoals Jaan het duidt: “Wij zijn uniek.”